Tickets

Start typing to search.

Programmatoelichting slotconcert

Maxim Shalygin, Kate Moore, Joey Roukens e.a.

846Acafb 268F 4Ee9 8D9B 48F37B743F05

In slotconcert van De Dag van de Componist beluister je het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Markus Stenz in een avondvullend programma. In reprise gaat Joey Roukens’ vioolconcert ‘Out of the Deep’, bekroond met vijf sterren in de Volkskrant; het orkest, violist Simone Lamsma en Roukens ontvingen bovendien de VSCD-Ovatie voor de meest bijzondere podiumprestatie. Verder hoor je de wereldpremière van Maxim Shalygins orkestversie van ‘Burlesque on the Death of a Dictator’ en de Nederlandse première van Kate Moores ‘Blue Light Sphere’. Met nieuwe werken van compositiestudenten José Nuno Dias Miranda, Thijmen Krijgsman en Antonio Biancaniello krijg je een inkijkje in de orkestmuziek van de nabije toekomst.

Maxim Shalygin

Burlesque on the Death of a Dictator – Wereldpremière orkestversie

Het slotconcert opent met de wereldpremière van de orkestversie van Burlesque on the Death of a Dictator. Componist Maxim Shalygin schreef als Stadscomponist van Den Haag de eerste versie voor fanfare-orkest. De tien musici van Neo-fanfare 9x13 speelden het op station Den Haag Centraal tijdens het Stationsconcert in de Dag van de Componist 2025.

“Ik denk dat ik een drankje nodig heb.”

“Bijna iedereen heeft dat nodig, alleen weten ze het niet.”

Met deze wrange uitspraak van Charles Bukowski opent Maxim Shalygin de denkwereld achter Burlesque on the Death of a Dictator. Het stuk is een vrolijke, maar ook groteske begrafenismuziek: een burleske waarin humor voortdurend kantelt naar dreiging. De lach is hier geen bevrijdende lach, maar een sinistere grimas om de absurditeit van de werkelijkheid.

Blazers en slagwerk vormen de motor van het stuk. Eenvoudige ostinato’s in de percussie lijken soms enkele tellen te ontsporen, alsof het ritme zelf zijn houvast verliest. Daartegenover staan breed uitgesponnen koperlijnen, die zich op een andere tijdlaag lijken te bewegen. Wolken van saxofoon- en fluitfiguren zweven erboven. Geleidelijk wordt de muziek naar een knooppunt gezogen, waar ruisende metalen bekkens botsen met glijdende akkoorden van grommende trombones en hoorns.

Shalygin zoekt naar een eenvoudige structuur die toch meerstemmig en gelaagd kan zijn. Groteske dansen, flarden van realiteit en lachsalvo’s uit pijn en angst schuiven door elkaar. Het stuk wil de werkelijkheid niet spiegelen, maar haar ontregelen: een zwarte lach om macht, dood en dwaasheid.

Compositiewedstrijd met drie premières

Drie jonge componisten presenteren in dit slotconcert een nieuw kort orkestwerk. Hun stukken staan opvallend dicht bij elkaar in thematiek: alle drie gaan ze over beweging, verandering en innerlijke oriëntatie. Bij José Nuno Dias Miranda wordt identiteit een muzikaal denkprobleem. Bij Thijmen Krijgsman wordt vrijheid een vlucht door mythische ruimte. Bij Antonio Biancaniello wordt de zee een beeld voor de ziel.

José Nuno Dias Miranda

The Ship of Theseus

Het schip van Theseus is een van de beroemdste denkbeelden uit de westerse filosofie. Volgens de overlevering werd het schip waarmee de mythische held Theseus had gevaren in Athene bewaard. Door de jaren heen werden de planken en onderdelen één voor één vervangen. Uiteindelijk bleef er niets van het oorspronkelijke materiaal over. Maar was het dan nog steeds hetzelfde schip?

José Nuno Dias Miranda gebruikt deze vraag niet als illustratie, maar als muzikale vorm. In zijn stuk staat een statisch akkoord voor de vorm van het schip: dat wat herkenbaar blijft. De klankkleur staat voor het materiaal: dat wat voortdurend verandert. Het orkest wordt zo opgesplitst in twee verschijningsvormen van hetzelfde object, het oorspronkelijke schip en het huidige schip.

Wat in de filosofie een eeuwenoud probleem is, wordt hier hoorbaar als een proces. Jaren van geleidelijke vervanging worden samengeperst tot een korte muzikale transformatie. Aan het einde staan de twee gedaanten naast elkaar. De vraag blijft open: horen we hetzelfde schip, of twee verschillende?

Thijmen Krijgsman

Zwerven, vrij en blij / 逍遙遊

Zwerven, vrij en blij ontleent zijn titel aan het openingshoofdstuk van de Zhuangzi, een van de kernteksten van het taoïsme. Zhuang Zi was dichter, denker en verteller; zijn filosofie ontvouwt zich niet in droge stellingen, maar in parabels, mythen, tegenstellingen en beelden die even helder als raadselachtig zijn.

Het eerste hoofdstuk opent met een van de beroemdste beelden uit de Chinese literatuur: in de donkere wateren van het noorden leeft een reusachtige vis, Kun. Die verandert in een vogel, Peng, die met zijn vleugels opstijgt en naar de zuidelijke zee vliegt. De afmetingen zijn absurd groot, de vlucht is kosmisch. Tegelijk stelt het verhaal een uiterst subtiele vraag: wat betekent vrijheid wanneer elk perspectief beperkt is? Wat is groot, wat is klein, wat is dichtbij, wat is ver?

Krijgsman maakt geen letterlijke muzikale vertelling van dit hoofdstuk. Zijn compositie is eerder een vrije, associatieve verkenning van de beelden en gedachten die erin besloten liggen. De muziek zoekt de ruimte van het zwerven: niet als doelloosheid, maar als een toestand waarin vorm, richting en identiteit losser worden. Hopelijk, schrijft de componist, heeft het zwerven zelf een vorm gekregen.

Antonio Biancaniello

Rivelazione

Rivelazione beschrijft een innerlijke reis naar de diepten van de geest. Antonio Biancaniello vergelijkt die tocht met een boot die stuurloos op zee drijft, heen en weer geworpen door wind en golven. De zee is hier geen decor, maar een psychische ruimte: onrustig, veranderlijk, soms gewelddadig, soms plotseling stil.

De instrumenten volgen elkaar op en roepen de voortdurende beweging van het water op. Soms is de zee woelig en gefragmenteerd, soms kalmer en transparanter. Dan lijkt alles ineens stil te vallen, precies op het punt waarop de reiziger zichzelf tegenkomt. Uit conflicten, twijfel en drift ontstaat een glimp van iets stralends: de schoonheid van liefde.

Biancaniello draagt het werk op aan zijn “Virgil”, een onmisbare gids door het labyrint van het oneindige. Daarmee verwijst hij naar de klassieke figuur van de begeleider: iemand die voorgaat door het duister, maar de weg niet voor de ander kan afleggen. Rivelazione is muziek als overtocht, als innerlijke onthulling.

Kate Moore

Blue Light Sphere – Nederlandse première

Kate Moore schreef Blue Light Sphere voor het 50 Fanfares-project van het Sydney Symphony Orchestra, waarvoor vijftig componisten werd gevraagd een kort stuk te schrijven naast groot orkestrepertoire. De wereldpremière vond plaats in april 2025 in het Sydney Opera House. De titel kwam jaren eerder al bij haar op, in het Nederlands: “transcendentale blauwe lichtsfeer”. Tijdens het schrijven verbleef Moore in een klooster in Den Bosch. ’s Ochtends zong ze gezangen van Hildegard von Bingen; de rest van de dag werkte ze in haar cel aan orkestmuziek. Op een avond streek er een grote vlinder neer op haar notenpapier. Dat beeld bleef bij haar: de vlinder als stille metgezel van het stuk.

Onder de hele compositie klinkt een grondtoon die nooit verdwijnt, een stabiel fundament waarop alles zich afspeelt. Daarboven denkt Moore in golfbewegingen: patronen van uitzetten en inkrimpen, versnellen en vertragen, fasen die elkaar kruisen. Die bewegingen werken zowel in het klein als in het groot: motieven lopen uit fase, nieuwe golven ontstaan op kruispunten, het orkest wordt een levend veld van krachten. Harmonisch rekken steeds dissonantere intervallen van die grondtoon weg, als een elastiek, om er telkens weer naar terug te veren: een voortdurend spel van spanning en ontspanning. Daaroverheen weven zich organische, varenachtige draden, terwijl het geheel wordt meegevoerd in één groot, overkoepelend crescendo.

Buis-klokken markeren de omslagpunten. Een riviersteen brengt een natuurlijke resonantie in het orkest, terwijl fladderende piccolo’s en fluiten als plotseling verschijnende vogels door de klankruimte trekken. Zo verbindt Moore fysieke energie met mystieke intensiteit: een staat van hyperbewustzijn waarin alles gaat leven en glinsteren, alsof de lucht zelf onder een microscoop is gelegd. Muziek wordt luminescentie: licht dat niet alleen te zien is, maar ook te horen.

Gedicht van Kate Moore

Transcendental blue light atmosphere: currents of equal opposites expanding and contracting against each other colliding and tearing apart to create a vibrant equilibrium of ocean currents push and pull, heightened sensitivity,  blue sparks of vitality, electric light infiltrating the twilight sky, hyperawareness, volume turned up to all the senses, elation of the soul, vivid colours,  unbearable ecstasy, chest bursting with birdsong, with love, breathing lungs, strings in the air, music like luminescence touching the skin, a grand chorus of presence,
a song,  a well spring  from ground to the universe.

— Kate Moore, 2025

Joey Roukens

Vioolconcert Out of the Deep

Joey Roukens: “Violin Concerto ‘Out of the Deep’ (2024) is strikt genomen mijn tweede vioolconcert, na het voor violist Joseph Puglia en het toenmalige ASKO|Schönberg geschreven Roads to Everywhere (2016). Net als in dat eerdere vioolconcert zijn solist en orkest ook in Out of the Deep gelijkwaardige partners: de vioolpartij is veeleisend, maar de virtuositeit staat altijd in dienst van de muzikale gedachte. Anders dan het meer speelse Roads to Everywhere is Out of the Deep een veel donkerder, zwaarder en door de grotere bezetting een meer symfonisch vioolconcert geworden.

Het stuk werd speciaal geschreven voor violiste Simone Lamsma. In een gesprek met haar voorafgaand aan het componeren bleek dat we een liefde deelden voor Russische muziek en meer donkergekleurde stukken van componisten als Sjostakovitsj en Goebaidoelina. Die meer donkere kant zit ook steeds meer in mijn muziek en het leek mij aldus een interessant idee die kant in mijn vioolconcert voor Simone weer verder te verkennen. Ik wist bovendien dat ik me technisch en muzikaal niet hoefde in te houden en voor haar kon schrijven wat ik wilde.

Tijdens het schrijven van het stuk had ik steeds het beeld in mijn hoofd van een muziek die probeert te ontsnappen ‘uit de diepten’. Wanneer de soloviool voor het eerst inzet, gebeurt dat letterlijk vanuit het laagste register van het instrument. Vlak ervoor is de muziek terechtgekomen in een soort muzikale afgrond. Vanaf dat moment maakt de solist een lange tocht die pas aan het slot eindigt in de hoogste regionen van de viool.

Het stuk bestaat uit één doorgecomponeerd deel dat is opgebouwd uit vier secties en een epiloog. Deze vier secties en epiloog gaan zonder onderbreking in elkaar over. Aanvankelijk had ik een meer traditionele vorm in drie delen in gedachten, maar na lang geworstel met het materiaal leek het me beter de beoogde drie delen te hermonteren tot één doorlopend geheel. Twee muzikale ideeën vormen de basis van het hele werk: een chromatisch motief van 9 tonen dat bij opening van het werk in het orkest klinkt en een diatonisch, barcarolle-achtig thema in 6/8 maat dat door de soloviool wordt geïntroduceerd. Deze elementen keren in steeds andere gedaanten terug door het stuk.

Na een afwisseling van heftig voortrazende orkestpassages en klaaglijke melodische lijnen in de soloviool (Rage and Lament) volgt In Flux, dat gekenmerkt wordt door een grote energie die soms rusteloos klinkt, dan weer opzwepend, dan weer verbeten. In Sanctuary maakt de energie plaats voor een lyrisch, sereen en haast devoot aandoend intermezzo. Het 6/8-thema keert terug, nu in een hoopvollere gedaante. Deze sectie, waarin ook barokke, Bach-achtige ondertonen doorklinken, mondt uit in een quasi-cadenza. In de vierde sectie (Upsurge) keert de voortrazende energie van het begin weer terug: solist en orkest reageren steeds feller op elkaar, waardoor de muziek iets koppigs en zelfs grimmigs krijgt. Dit leidt tot een uitbarsting in het orkest, waarna uiteindelijk de felheid plaatsmaakt voor de kalme melancholie van de epiloog: boven een sobere begeleiding speelt de viool een elegische melodie die geleidelijk opstijgt naar ijle tonen in het hoogste register. Daarmee wordt de beweging die aan het begin werd ingezet voltooid: van de diepte naar de hoogte.”

Biografieën

Maxim Shalygin

Maxim Shalygin (1985) is een Oekraïens-Nederlandse componist, geboren in Kamianske en sinds 2010 gevestigd in Nederland. Hij schrijft kamer-, vocale, symfonische en elektro-akoestische muziek, maar ook muziek voor theater, ballet, opera en film. In zijn werk gaan spirituele concentratie, fysieke intensiteit en theatrale verbeelding vaak samen. Zijn muziek kan verstild en ritueel zijn, maar ook explosief, grotesk en scherp dramatisch.

De laatste jaren treedt Shalygin steeds vaker naar voren als componist voor grote symfonische bezettingen. Voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest schreef hij Canto Inferno, voor sopraan, koor en orkest, dat in 2025 in première ging in de Laurenskerk in Rotterdam. Daarna volgde Canto Paradiso, een opdracht van AVROTROS voor gemengd koor en symfonieorkest, uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor. In beide werken gebruikt Shalygin het orkest niet alleen als instrumentarium, maar als dramatische ruimte waarin stem, tekst en ritueel elkaar versterken.

Ook zijn eerste opera Amandante, gebaseerd op Plato’s Symposion, bevestigde zijn positie als markante muziektheatermaker. De première in het Muziekgebouw aan ’t IJ trok veel publiek en kreeg brede aandacht; NRC bekroonde de voorstelling met vijf sterren en nam Amandante op in de muziek-top-10 van 2024.

José Nuno Dias Miranda

José Nuno Dias Miranda (2004) is een Portugese componist en hoornist uit Braga. Sinds 2022 studeert hij aan het Conservatorium van Amsterdam, waar hij twee bacheloropleidingen combineert: hoorn en compositie. Als instrumentalist kreeg hij les van onder anderen Jasper de Waal, José Sogorb Jover en Liz Hunfeld-Chell; als componist werkte hij met Meriç Artaç, Richard Ayres en Maya Verlaak.

Miranda behoort tot een jonge generatie makers die zich vrij beweegt tussen instrumentale verbeelding, theater en actuele thema’s. Voor het CvA Symphony Orchestra schreef hij ZAP!, een werk waarin tekst en orkestmuziek samen reflecteren op schermtijd, verslaving aan prikkels en de manier waarop beelden onze empathie kunnen verdoven. Ook ontwikkelde hij samen met Ana Pereira en Yumi Augustine Ichi, een kaartspel voor musici.

Thijmen Krijgsman

Thijmen Krijgsman is een Nederlandse componist en violist. Hij kwam al jong naar voren als deelnemer aan de compositiewedstrijd van het Nederlands Blazers Ensemble, waar hij Le pont de Verre presenteerde. Ook schreef hij voor het Residentie Orkest een One Minute Symphony, geïnspireerd door de Haagse Mesdag Collectie. Daarin trok hem vooral Mesdags omgang met licht, perspectief en onafheid: een schilderij hoeft niet alles uit te spreken om precies te zijn.

Die gevoeligheid voor beeld, beweging en suggestie keert terug in Krijgsmans nieuwe orkestwerk Zwerven, vrij en blij / 逍遙遊.

Antonio Biancaniello

Antonio Biancaniello (2000) is een Italiaanse pianist en componist, momenteel gevestigd in Nederland. Hij studeerde piano aan het Conservatorio Domenico Cimarosa in Avellino en verhuisde in 2022 naar Nederland. Daar verdiepte hij zich aan het Conservatorium van Amsterdam in Indiase, met name Karnatische ritmiek, en vervolgde hij zijn pianostudie aan de Davidsbündler Academy. Inmiddels studeert hij compositie aan HKU Utrechts Conservatorium.

Biancaniello heeft een brede muzikale achtergrond waarin klassieke muziek, volksmuziek, kerkmuziek, improvisatie en hedendaagse muziek elkaar raken. Als pianist trad hij op als solist met het Concertgebouw Kamerorkest en werkte hij in kamermuziekverband met musici als Olivier Patey, Daniel Rowland, Chiyan Wong, Omri Epstein en Nicholas Schwartz.

Zijn muziek weerspiegelt een sterke belangstelling voor psychologie, religie, poëzie en andere kunstvormen. Biancaniello zoekt naar muziek die contact maakt met luisteraars, ook met publiek dat minder vertrouwd is met nieuwe muziek. Rivelazione is daarvan een persoonlijk voorbeeld: een innerlijke zeereis, waarin conflict, stilte en liefde elkaar afwisselen.

Kate Moore

Kate Moore (1979) is een Australisch-Nederlandse componist en geluidskunstenaar. Ze werd geboren in Oxfordshire, groeide op in Australië en werkt sinds 2002 vanuit Nederland. Moore studeerde compositie en elektro-akoestische muziek aan de Australian National University, behaalde haar master aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag en promoveerde aan de University of Sydney.

Moore schrijft muziek voor akoestische en elektro-akoestische bezettingen, ensembles, orkesten, koren, installaties en zelfgebouwde instrumenten. Haar werk wordt uitgevoerd door onder meer Asko|Schönberg, Slagwerk Den Haag, Bang on a Can, Ensemble Offspring, het Australian String Quartet, het Sydney Symphony Orchestra, het Radio Filharmonisch Orkest, Capella Amsterdam en het Nederlands Kamerkoor.

In haar muziek staan tijd, resonantie, lichamelijkheid en natuurprocessen centraal. Kleine patronen kunnen zich langzaam ontvouwen tot grote klanklandschappen; ritme en harmonie krijgen vaak de werking van ademhaling, stroming of groei. Moore ontving in 2017 de Matthijs Vermeulenprijs voor The Dam en in 2022 de Gieskes-Strijbis Podiumprijs.

Joey Roukens

Joey Roukens (1982) is een van de meest gespeelde Nederlandse componisten van zijn generatie. Hij studeerde klassieke compositie aan Codarts in Rotterdam en psychologie aan de Universiteit Leiden. Sinds zijn afstuderen in 2006 bouwde hij een veelzijdig oeuvre op, met orkestwerken, concerten, kamermuziek, solo- en ensemblewerken, koormuziek, ballet en muziektheater.

Roukens staat bekend om zijn open, eclectische muzikale taal. Hij verbindt invloeden uit de klassieke traditie – van Mahler, Sibelius, Ravel en Stravinsky tot renaissancepolyfonie – met elementen uit minimal music, jazz, pop en elektronische muziek. Daarbij gaat het niet om stijlcollage, maar om een vanzelfsprekende muzikale adem: tonaliteit en atonaliteit, puls en lyriek, verleden en heden kunnen in zijn werk naast elkaar bestaan.

Zijn muziek werd uitgevoerd door onder meer het Koninklijk Concertgebouworkest, het Radio Filharmonisch Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Asko|Schönberg, het Dudok Quartet en solisten als Lucas en Arthur Jussen. Out of the Deep is Roukens’ tweede vioolconcert.

This video is unavailable right now.